Afdrukken

In dit hoofdstuk worden de meest gangbare afdruktaken toegelicht.

[Note]

De procedures in dit hoofdstuk zijn voornamelijk gebaseerd op Windows XP.

Introductie van handige programma’s

Samsung AnyWeb Print

Hiermee kunt u van een scherm in Windows Internet Explorer een schermopname of afdrukvoorbeeld maken en afdrukken op een veel eenvoudigere manier dan in het gebruikelijke programma. Klik op Start > Alle programma’s > Samsung Printers > Samsung AnyWeb Print > Download de nieuwste versie om naar de website te gaan waar u het hulpprogramma kunt downloaden. Deze functie is alleen beschikbaar onder Windows.

Eigenschappen van het printerstuurprogramma

Uw printerstuurprogramma’s ondersteunen de volgende standaardfuncties:

  • Selectie van afdrukstand, formaat, bron en type afdrukmedia

  • Aantal exemplaren

U kunt bovendien verschillende speciale afdrukfuncties gebruiken. De onderstaande tabel geeft een algemeen overzicht van de functies die door uw printerstuurprogramma’s worden ondersteund:

[Note]

Het is mogelijk dat een aantal modellen of besturingssystemen een of meer functies uit de tabel niet ondersteunen.

Printerstuurprogramma

Functie

Windows

Optie afdrukkwaliteit

Boekjes afdrukken

Poster afdrukken

Meerdere pagina’s per vel

Afdruk aan pagina aanpassen

Afdrukken vergroten en verkleinen

Andere lade voor eerste pagina

Watermerk

Overlay

Dubbelzijdig afdrukken (handmatig)

(●: ondersteund, Blanco: niet ondersteund)

Eenvoudige afdruktaken

Afdrukken is mogelijk vanuit verschillende toepassingen in Windows, Macintosh of Linux. De exacte procedure kan verschillen per toepassing.

[Note]
  • Het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken... in de gebruikershandleiding verschilt mogelijk van het venster dat u ziet omdat het afhankelijk is van het gebruikte apparaat. Het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken... bevat echter vrijwel dezelfde eigenschappen. Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn met uw apparaat. Zie Compatibiliteit met besturingssystemen onder Printerspecificaties (zie Systeemvereisten).

  • Als u een optie selecteert in Voorkeursinstellingen, verschijnt er mogelijk een waarschuwingsteken, ( of ). Een uitroepteken () betekent dat u die bepaalde optie kunt inschakelen, maar dat dit niet wordt aangeraden. Een ()-teken betekent dat u die optie niet kunt inschakelen vanwege de apparaatinstellingen of de omgeving.

Hieronder beschrijven we de algemene stappen die vereist zijn om af te drukken vanuit verschillende Windows-toepassingen.

[Note]

Eenvoudige afdruktaken in Macintosh (zie Afdrukken in Macintosh).

Eenvoudige afdruktaken in Linux (zie Afdrukken in Linux).

Het volgende venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken... is voor Kladblok in Windows XP. Uw venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken... kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of de toepassing die u gebruikt.

  1. Open het document dat u wilt afdrukken.

  2. Selecteer Afdrukken... in het menu Bestand. Het venster Afdrukken... wordt geopend.

  3. Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.

    De basisinstellingen voor het afdrukken, zoals het aantal exemplaren en het afdrukbereik, worden geselecteerd in het venster Afdrukken...

    [Note]

    Om de printerfuncties van uw printerstuurprogramma te gebruiken, klikt u op Eigenschappen of Voorkeursinstellingen in het venster Afdrukken... van de toepassing om de afdrukinstellingen te wijzigen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  4. Klik in het venster Afdrukken... op OK of Afdrukken... om de afdruktaak te starten.

[Note]

Als u Windows Internet Explorer gebruikt kunt u met Samsung AnyWeb Print bovendien tijd besparen bij het maken of afdrukken van schermopnamen. Klik op Start > Alle programma’s > Samsung Printers > Samsung AnyWeb Print > Download the latest version om naar de website te gaan waar u het hulpprogramma kunt downloaden.

Een afdruktaak annuleren

Als de afdruktaak in de wachtrij of afdrukspooler is opgenomen, kunt u de afdruktaak als volgt annuleren:

  1. Klik op het menu Start in Windows.

  2. In Windows 2000 selecteert u Instellingen > Printers.

    • In Windows XP/Sever 2003 selecteert u Printers en faxapparaten.

    • In Windows Server 2008/Vista selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers.

    • In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Apparaten en printers.

    • In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers.

  3. In Windows 2000, XP, Server 2003, Vista en Server 2008 dubbelklikt u op uw apparaat.

    In Windows 7 en Windows Server 2008 R2 klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram van uw printer en selecteert u Afdruktaken weergeven in het snelmenu.

    [Note]

    Als bij het item Afdruktaken weergeven het teken ► staat, kunt u andere printerstuurprogramma’s voor de geselecteerde printer selecteren.

  4. Selecteer Annuleren in het menu Document.

[Note]

U kunt ook toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op het pictogram van het apparaat () in de taakbalk van Windows.

U kunt de huidige afdruktaak ook annuleren door te drukken op Stop/Clear op het bedieningspaneel.

Voorkeursinstellingen openen

U kunt de instellingen die u hebt geselecteerd bovenaan rechts in Voorkeursinstellingen voor afdrukken... bekijken.

  1. Open het document dat u wilt afdrukken.

  2. Kies Afdrukken... in het menu Bestand. Het venster Afdrukken... wordt geopend.

  3. Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.

  4. Klik op Eigenschappen of Voorkeursinstellingen.

Voorkeursinstellingen gebruiken

Met behulp van de optie Vooraf ingest. die op ieder tabblad Voorkeursinstellingen behalve op het tabblad Samsung verschijnt, kunt u de huidige voorkeursinstellingen opslaan voor toekomstig gebruik.

Zo voegt u een instelling toe aan Vooraf ingest.:

  1. Stel op elk tabblad de gewenste instellingen in.

  2. Typ in het invoervak Vooraf ingest. een naam voor deze instellingen.

  3. Klik op Toevoegen. Als u instellingen opslaat onder Vooraf ingest., worden alle huidige stuurprogramma-instellingen opgeslagen.

Als u op Toevoegen klikt, verandert de knop Toevoegen in de knop Wijzigen. Selecteer meer opties en klik op Wijzigen. De instellingen worden toegevoegd aan de Vooraf ingest.

Om de opgeslagen instelling te gebruiken, kiest u het uit de vervolgkeuzelijst Vooraf ingest. De printer is nu ingesteld om af te drukken volgens de instellingen van de geselecteerde favoriet.

Om de opgeslagen instelling te verwijderen, selecteert u ze uit de vervolgkeuzelijst Vooraf ingest. en klikt u op Wissen.

U kunt de standaardinstellingen van het printerstuurprogramma ook herstellen door Vooraf ingest. stand. te selecteren in de vervolgkeuzelijst Vooraf ingest.

Help gebruiken

Klik op het vraagteken in de rechterbovenhoek van het venster en klik op een optie waarover u meer wilt weten. Er verschijnt een pop-upvenster met informatie over de functie van die optie waarover het stuurprogramma beschikt.

Als u informatie wilt zoeken aan de hand van een sleutelwoord, klikt u op het tabblad Samsung in het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken... en voert u een sleutelwoord in op de invoerregel van de optie Help. Voor meer informatie over verbruiksartikelen, stuurprogramma-updates, registratie enzovoort, klikt u op de overeenkomstige knoppen.

Speciale kopieerfuncties gebruiken

Speciale afdrukeigenschappen zijn onder meer:

Meerdere pagina’s op één vel papier afdrukken

U kunt het aantal pagina’s selecteren dat u op één vel wilt afdrukken. Als u meer dan één pagina per vel afdrukt, worden de pagina’s verkleind en in de door u opgegeven volgorde gerangschikt. U kunt op één vel tot 16 pagina’s afdrukken.

  1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  2. Klik op het tabblad Basis en selecteer Meerdere pagina’s per vel in de vervolgkeuzelijst Type.

  3. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Pagina’s/vel het aantal pagina’s dat u per vel wilt afdrukken (2, 4, 6, 9 of 16).

  4. Selecteer indien nodig de paginavolgorde in de vervolgkeuzelijst Paginavolgorde.

  5. Als u rond iedere pagina een kader wilt afdrukken, selecteert u Paginakaders afdrukken.

  6. Klik op het tabblad Papier en selecteer Formaat, Invoer en Type.

  7. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

Posters afdrukken

Met deze functie kunt u een document van één pagina afdrukken over 4, 9 of 16 vellen papier, waarna u deze vellen aan elkaar kunt kleven om er zo een poster van te maken.

  1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  2. Klik op het tabblad Basis en selecteer Poster afdrukken in de vervolgkeuzelijst Type.

  3. Selecteer de gewenste paginaopmaak.

    Specificatie van de paginaopmaak:

    • Poster 2x2het document wordt vergroot en wordt over 4 pagina’s verdeeld.

    • Poster 3x3het document wordt vergroot en wordt over 9 pagina’s verdeeld.

    • Poster 4x4het document wordt vergroot en wordt over 16 pagina’s verdeeld.

  4. Selecteer de waarde Posteroverlap. Geef de Posteroverlap op in millimeters of inches door het keuzerondje bovenaan rechts op het tabblad Basis te selecteren om de vellen gemakkelijker aan elkaar te kunnen kleven.

  5. Klik op het tabblad Papier en selecteer Formaat, Invoer en Type.

  6. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

  7. U kunt nu een poster maken door de vellen aan elkaar te kleven.

Boekjes afdrukken (handmatig)

Met deze functie kunt u een document op beide zijden van het papier afdrukken en worden de pagina’s zo gerangschikt dat u het afgedrukte papier dubbel kunt vouwen om een boekje te maken.

[Note]

Als u een boekje wilt maken, moet u afdrukken op afdrukmateriaal van het formaat Letter, Legal, A4, Us Folio of Oficio.

  1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  2. Klik op het tabblad Basis en selecteer Boekje afdrukken in de vervolgkeuzelijst Type.

  3. Klik op het tabblad Papier en selecteer Formaat, Invoer en Type.

    [Note]

    De optie Boekje afdrukken is niet beschikbaar voor alle papierformaten. Om na te gaan welke papierformaten voor deze functie beschikbaar zijn, selecteert u het beschikbare papierformaat in de optie Formaat van het tabblad Papier.

    Als u een onbeschikbaar papierformaat selecteert, wordt deze optie mogelijk automatisch geannuleerd. Selecteer alleen beschikbaar papier (papier waarbij geen of staat).

  4. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

  5. Vervolgens kunt u de pagina’s vouwen en nieten.

Dubbelzijdig afdrukken (handmatig)

U kunt afdrukken op beide zijden van een vel papier (dubbelzijdig). Voor u afdrukt, moet u de gewenste afdrukstand van het document opgeven. U kunt deze functie gebruiken met papier van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio of Oficio (zie Specificaties van het afdrukmateriaal ).

[Note]

Wij raden aan om niet af te drukken op beide zijden van speciaal afdrukmateriaal, zoals etiketten, enveloppen of dik papier. Het kan een papierstoring veroorzaken of het apparaat beschadigen.

  1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  2. Klik op het tabblad Geavanceerd.

  3. Selecteer in de sectie Dubbelzijdig afdrukken (handmatig) de gewenste bindoptie.

    • Geen

    • Lange zijdedeze optie is de conventionele lay-out voor boekbinden.

    • Korte zijdedeze optie is de conventionele lay-out voor kalenders.

  4. Klik op het tabblad Papier en selecteer Formaat, Invoer en Type.

  5. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

[Note]

Als uw printer geen duplexeenheid heeft, moet u de afdruktaak handmatig uitvoeren. De printer drukt eerst elke andere pagina van het document af. Hierna verschijnt er een bericht op uw computer. Volg de aanwijzingen op het scherm om de afdruktaak te voltooien.

Het afdrukpercentage van uw document wijzigen

U kunt de grootte van een document wijzigen zodat het groter of kleiner wordt afgedrukt. Dat doet u door het gewenste percentage in te voeren.

  1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  2. Klik op het tabblad Papier.

  3. Geef in het invoervak Percentage de schaalfactor op.

    U kunt ook op de pijl-omhoog/omlaag klikken om de schaalfactor te selecteren.

  4. Selecteer Formaat, Invoer en Type in Papieropties.

  5. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

Een document aan een bepaald papierformaat aanpassen

Met deze printerfunctie kunt u uw afdruktaak aanpassen aan elk gewenst papierformaat, ongeacht de grootte van het document. Dit kan nuttig zijn als u de details van een klein document wilt bekijken.

  1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  2. Klik op het tabblad Papier.

  3. Selecteer het gewenste papierformaat in Aanpassen aan papierformaat.

  4. Selecteer Formaat, Invoer en Type in Papieropties.

  5. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

Watermerken gebruiken

Met de optie Watermerk kunt u tekst afdrukken over een bestaand document. U gebruikt het bijvoorbeeld om in grote grijze letters "CONCEPT" of "VERTROUWELIJK" diagonaal op de eerste pagina of op alle pagina’s afdrukken.

Er zijn verschillende vooraf ingestelde watermerken die met uw apparaat worden meegeleverd. Ze kunnen worden aangepast of u kunt er nieuwe aan de lijst toevoegen.

Een bestaand watermerk gebruiken

  1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  2. Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer het gewenste watermerk in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het geselecteerde watermerk wordt weergegeven in het afdrukvoorbeeld.

  3. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken wordt afgesloten.

Een watermerk maken

  1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  2. Selecteer het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de keuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend.

  3. Voer tekst in het vak Tekst watermerk in. U kunt tot 256 tekens invoeren. De tekst wordt in het voorbeeldvenster weergegeven.

    Als u het selectievakje Alleen eerste pagina inschakelt, wordt het watermerk alleen op de eerste pagina afgedrukt.

  4. Watermerkopties selecteren.

    U kunt de naam, stijl, grootte en grijswaarde van het lettertype selecteren in de sectie Tekenstijl en de hoek van het watermerk instellen in de sectie Hoek watermerk.

  5. Klik op Toevoegen om een nieuw watermerk aan de lijst Huidige watermerken toe te voegen.

  6. Na de bewerking klikt u op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

Als u geen watermerk meer wilt afdrukken, selecteert u Geen in de vervolgkeuzelijst Watermerk.

Een watermerk bewerken

  1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  2. Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend.

  3. Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt bewerken en wijzig de tekst van het watermerk en de opties.

  4. Klik op Wijzigen als u de wijzigingen wilt opslaan.

  5. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

Een watermerk verwijderen

  1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  2. Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend.

  3. Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt verwijderen en klik op de knop Wissen.

  4. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

Overlay gebruiken

Een overlay is tekst en/of een afbeelding die op de harde schijf van de computer zijn opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die in een willekeurig document kunnen worden afgedrukt. Overlays worden vaak gebruikt in plaats van voorbedrukte formulieren en papier met een briefhoofd. In plaats van een voorbedrukt briefhoofd kunt u een overlay samenstellen die precies dezelfde informatie bevat. Als u een brief met het briefhoofd van uw bedrijf wilt afdrukken, hoeft u geen voorbedrukt briefhoofdpapier in het apparaat te plaatsen. U drukt gewoon de overlay met het briefhoofd af op uw document.

Een nieuwe paginaoverlay maken

Als u een paginaoverlay wilt gebruiken, moet u een nieuwe paginaoverlay maken met uw logo of met een afbeelding.

  1. Maak of open een document met de tekst of afbeelding die u voor de overlay wilt gebruiken. Zorg ervoor dat de tekst of afbeelding precies op de plaats staat waar deze als overlay moet worden afgedrukt.

  2. Ga naar de Voorkeursinstellingen als u het document als een overlay wilt opslaan (zie Voorkeursinstellingen openen).

  3. Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst. Het venster Overlay bewerken wordt geopend.

  4. Klik in het venster Overlay bewerken op Maken.

  5. Typ in het venster Opslaan als een naam van maximaal acht tekens in het vak Bestandsnaam. Selecteer indien nodig de map waarin u het overlaybestand wilt opslaan. Standaard is dit de map C:\Formover.

  6. Klik op opslaan. De naam verschijnt in Overzicht overlays.

  7. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

  8. Het bestand wordt niet afgedrukt. Het wordt opgeslagen op de vaste schijf van uw computer.

[Note]

Het formaat van het overlaydocument moet hetzelfde zijn als dat van het document dat u met de overlay afdrukt. Maak geen overlay met een watermerk.

Een paginaoverlay gebruiken

Nadat u een overlay hebt gemaakt, kan deze met uw document worden afgedrukt. Dit doet u als volgt:

  1. Maak of open het document dat u wilt afdrukken.

  2. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  3. Klik op het tabblad Geavanceerd.

  4. Selecteer de gewenste overlay in de vervolgkeuzelijst Tekst.

  5. Als het overlaybestand dat u zoekt niet in de lijst Tekst voorkomt, selecteert u Bewerken uit de lijst en klikt u op Laden. Selecteer het overlaybestand dat u wilt gebruiken.

    Als u het gewenste overlaybestand op een externe bron hebt opgeslagen, kunt u het bestand ook laden vanuit het venster Openen.

    Klik op Openen als u het bestand hebt geladen. Het bestand verschijnt in het vak Overzicht overlays en kan worden afgedrukt. Selecteer de overlay in het vak Overzicht overlays.

  6. Schakel indien nodig het selectievakje Overlay bevestigen voor afdrukken in. Als dit selectievakje is ingeschakeld, verschijnt telkens als u een document naar de printer verzendt een berichtvenster waarin u gevraagd wordt om te bevestigen of u een overlay op uw document wilt afdrukken.

    Als dit selectievakje niet is ingeschakeld en er een overlay is geselecteerd, wordt de overlay automatisch op uw document afgedrukt.

  7. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

    De geselecteerde overlay wordt op uw document afgedrukt.

[Note]

De resolutie van het overlaydocument moet dezelfde zijn als die van het document waarop u de overlay wilt afdrukken.

Een paginaoverlay verwijderen

Paginaoverlays die u niet meer gebruikt, kunt u verwijderen.

  1. Klik in het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken... op het tabblad Geavanceerd.

  2. Selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Overlay.

  3. Selecteer in het vak Overzicht overlays de overlay die u wilt verwijderen.

  4. Klik op Wissen.

  5. Als er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt gevraagd, klikt u op Ja.

  6. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

Geavanceerde opties

Met behulp van de volgende grafische instellingen regelt u de afdrukkwaliteit.

[Note]

Als de optie is uitgegrijsd of niet wordt weergegeven, is ze niet van toepassing voor de printertaal die u gebruikt.

  1. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen (zie Voorkeursinstellingen openen).

  2. Klik op het tabblad Grafische elementen.

    [Note]

    Raadpleeg de online Help voor iedere optie uit Voorkeursinstellingen voor afdrukken....

    • Lettertype/tekstselecteer Tekst donkerder maken om teksten donkerder af te drukken dan op een normaal document. Gebruik Alle tekst zwart om alles in het zwart af te drukken, ongeacht de kleuren op het scherm.

    • Grafische controllerFijne randen hiermee kunnen gebruikers randen van letters en fijne lijnen accentueren voor een betere leesbaarheid.

    • Tonerspaarstandals u deze optie selecteert, gaat de tonercassette langer mee en dalen de afdrukkosten per pagina zonder dat de kwaliteit te zeer achteruit gaat.

      • Aan: selecteer deze optie als u wilt dat de printer minder toner per pagina verbruikt.

      • Uit: selecteer deze optie als u geen toner wilt besparen bij het afdrukken van documenten.

  3. Klik op OK of Afdrukken... tot het venster Afdrukken... wordt afgesloten.

De standaardafdrukinstellingen wijzigen

  1. Klik op het menu Start in Windows.

  2. In Windows 2000 selecteert u Instellingen > Printers.

    • Voor Windows XP/Server 2003 selecteert u Printers en faxapparaten.

    • In Windows Server 2008/Vista selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers.

    • In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Apparaten en printers.

    • In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers.

  3. Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.

  4. In Windows XP/Server 2003/Server 2008/Vista drukt u op Voorkeursinstellingen voor afdrukken....

    In Windows 7 en Windows Server 2008 R2 selecteert u Voorkeursinstellingen voor afdrukken... in het snelmenu.

    [Note]

    Als bij het item Voorkeursinstellingen voor afdrukken... het teken ► staat, kunt u andere printerstuurprogramma’s voor de geselecteerde printer selecteren.

  5. Wijzig de instellingen op elk tabblad.

  6. Klik op OK.

[Note]

In Voorkeursinstellingen voor afdrukken... kunt u de instellingen voor elke afdruktaak wijzigen.

Uw apparaat als standaardapparaat instellen

  1. Klik op het menu Start in Windows.

  2. In Windows 2000 selecteert u Instellingen > Printers.

    • Voor Windows XP/Server 2003 selecteert u Printers en faxapparaten.

    • In Windows Server 2008/Vista selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers.

    • In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Apparaten en printers.

    • In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers.

  3. Selecteer uw apparaat.

  4. Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat en selecteer Als standaardprinter instellen.

    [Note]

    In Windows 7 en Windows Server 2008 R2

    Als Als standaardprinter instellen een ►-markering bevat, kunt u andere printerstuurprogramma’s die met de geselecteerde printer zijn verbonden selecteren.

Afdrukken naar een bestand (PRN)

Het kan soms handig zijn om de af te drukken gegevens op te slaan als een bestand.

Ga als volgt te werk om een bestand aan te maken:

  1. Schakel het selectievak Naar bestand in het venster Afdrukken... in.

  2. Klik op Afdrukken...

  3. Voer het doelpad en de bestandsnaam in en klik vervolgens op OK. Bijvoorbeeld c:\Temp\bestandsnaam.

    [Note]

    Als u enkel de bestandsnaam invoert, wordt het bestand automatisch opgeslagen in Mijn documenten. De opslagmap kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of de toepassing die u gebruikt.

Afdrukken in Macintosh

In dit hoofdstuk wordt u uitgelegd hoe u moet afdrukken in Macintosh. U moet de afdrukomgeving instellen voor u gaat afdrukken.

Een document afdrukken

Als u afdrukt vanaf een Macintosh-computer moet u in elke toepassing die u gebruikt de instelling van het printerstuurprogramma controleren. Volg de onderstaande stappen om af te drukken vanaf een Macintosh-computer:

  1. Open het document dat u wilt afdrukken.

  2. Open het menu Archief en kies Pagina-instelling...

  3. Selecteer papierformaat, afdrukstand, schaal en andere opties, en zorg ervoor dat uw apparaat is geselecteerd. Klik op OK.

  4. Open het menu Archief en klik op Druk af.

  5. Kies het gewenste aantal exemplaren en geef aan welke pagina’s u wilt afdrukken.

  6. Klik op Druk af.

Printerinstellingen wijzigen

U kunt geavanceerde afdrukfuncties van uw printer gebruiken.

Open een toepassing en selecteer Druk af in het menu Archief. De printernaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven, is afhankelijk van de gebruikte printer. Het printereigenschappenvenster is afgezien van de naam vergelijkbaar met het volgende.

[Note]
  • De opties kunnen verschillen afhankelijk van de printer en de Mac OS-versie.

  • Uw venster Voorkeursinstellingen kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of de toepassing die u gebruikt.

Het volgende venster is het eerste venster dat u ziet wanneer u het printereigenschappenvenster opent. Selecteer andere geavanceerde functies in de keuzelijst.

Lay-out

Op het tabblad Lay-out vindt u opties waarmee u de afdruklay-out van het document kunt aanpassen. U kunt verschillende pagina’s op één vel papier afdrukken. Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst onder Richting om toegang te krijgen tot de volgende functies.

  • Pagina’s per velhier kunt u opgeven hoeveel pagina’s op één vel worden afgedrukt (zie Meerdere pagina’s op één vel papier afdrukken).

  • Lay-outrichtinghier kunt u de afdrukrichting op een pagina selecteren, vergelijkbaar met de voorbeelden op de gebruikersinterface.

  • Randhiermee kunt u rond elke pagina op het vel een kader afdrukken.

  • Keer paginarichting omhiermee kunt u het papier 180 graden draaien.

Grafisch

Het tabblad Grafisch bevat opties voor de selectie van de Resolutie. Selecteer Grafisch in de vervolgkeuzelijst onder Richting om toegang te krijgen tot de grafische functies.

  • Resolutie (Kwaliteit): met deze optie stelt u de afdrukresolutie in. Hoe hoger de instelling, hoe scherper tekens en afbeeldingen worden afgedrukt. Als u een hoge instelling selecteert, kan het iets langer duren voordat het document is afgedrukt.

Papier

Selecteer in de vervolgkeuzelijst Papier Type het type papier dat zich bevindt in de lade van waaruit u wenst af te drukken. Op die manier krijgt u de beste afdrukkwaliteit. Als u een ander type afdrukmateriaal plaatst, moet u het overeenkomstige papiertype selecteren.

Printerinstelling

Op het tabblad Printerinstelling vindt u opties voor de Tonerbesparingsmodus. Kies Printerinstelling in de vervolgkeuzelijst onder Richting om toegang te krijgen tot de volgende functies:

  • Tonerbesparingsmodusals u deze optie selecteert, gaat de tonercassette langer mee en dalen de afdrukkosten per pagina zonder dat de kwaliteit te zeer achteruit gaat.

    • Aan: selecteer deze optie als u wilt dat de printer minder toner per pagina verbruikt.

    • Uit: selecteer deze optie als u geen toner wilt besparen bij het afdrukken van documenten.

Meerdere pagina’s op één vel papier afdrukken

U kunt meer dan één pagina afdrukken op één vel papier. Dit is een goedkope manier om conceptpagina’s af te drukken.

  1. Open een toepassing en selecteer Druk af uit het menu Archief.

  2. Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Richting. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Pagina’s per vel het aantal pagina’s dat u op één vel papier wilt afdrukken.

  3. Selecteer de andere opties die u wilt gebruiken.

  4. Klik op Druk af waarna de printer het aantal pagina’s afdrukt dat u op één vel papier wilt afdrukken.

Afdrukken in Linux

Afdrukken vanuit een toepassing

Vanuit een groot aantal Linux-toepassingen kunt u afdrukken met Common UNIX Printing System (CUPS). Met uw printer kunt u vanuit al deze toepassingen afdrukken.

  1. Open een toepassing en selecteer Print in het menu File.

  2. Selecteer rechtstreeks Print via lpr.

  3. In het venster LPR GUI selecteert u uw model in de lijst met printers en klikt u op Properties.

  4. Wijzig de eigenschappen van de afdruktaak met behulp van de volgende vier tabbladen die bovenaan in het venster verschijnen.

    • Generalop dit tabblad kunt u het papierformaat en -type alsook de afdrukstand van de documenten wijzigen. U kunt dubbelzijdig afdrukken, scheidingspagina’s toevoegen aan het begin en op het einde, en het aantal pagina’s per vel wijzigen.

    • Textop dit tabblad kunt u de paginamarges opgeven en tekstopties instellen, zoals regelafstand en kolommen.

    • Graphicsop dit tabblad kunt u afbeeldingsopties instellen voor het afdrukken van afbeeldingsbestanden, zoals kleuropties en grootte of positie van de afbeelding.

    • Advancedop dit tabblad kunt u de afdrukresolutie, het papier, de papierbron en speciale afdrukfuncties instellen.

    [Note]

    Als een optie is uitgegrijsd, wordt die optie niet ondersteund.

  5. Klik op Apply om de wijzigingen toe te passen en sluit het venster Properties.

  6. Klik op OK in het venster LPR GUI om met afdrukken te beginnen.

  7. Het venster Printing verschijnt, waarin u de status van de afdruktaak kunt controleren.

    Klik op Cancel als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.

Bestanden afdrukken

U kunt een groot aantal bestandstypen afdrukken op dit apparaat door de standaard-CUPS-methode toe te passen: direct vanaf de opdrachtregel. U werkt dan met het CUPS lpr-programma. Maar de stuurprogrammareeks beschikt over een veel gebruikersvriendelijker LPR GUI-programma.

Zo drukt u elk bestand af:

  1. Typ lpr <bestandsnaam> op de opdrachtregel van de Linux-shell en druk op Enter. Het venster LPR GUI verschijnt.

    Wanneer u enkel lpr typt en op Enter drukt, verschijnt eerst het venster Select file(s) to print. Selecteer de bestanden die u wilt afdrukken en klik op Open.

  2. In het venster LPR GUI selecteert u uw printer uit de lijst en wijzigt u de eigenschappen van de afdruktaak.

  3. Klik op OK om het afdrukken te starten.

Printereigenschappen configureren

In Printer Properties dat u kunt openen in het venster Printers configuration kunt u de verschillende eigenschappen van uw printer wijzigen.

  1. Open Unified Driver Configurator.

    Schakel indien nodig over naar Printers configuration.

  2. Selecteer uw apparaat in de lijst met beschikbare printers en klik op Properties.

  3. Het venster Printer Properties wordt geopend.

    Dit venster bestaat uit de volgende vijf tabbladen:

    • Generalop dit tabblad kunt u de locatie en naam van de printer wijzigen. De naam die u op dit tabblad invoert, wordt weergegeven in de printerlijst in Printers configuration.

    • Connectionop dit tabblad kunt u een andere poort bekijken of selecteren. Als u de printerpoort van USB wijzigt in parallel of omgekeerd terwijl de printer in gebruik is, moet u de printerpoort op dit tabblad opnieuw configureren.

    • Driverop dit tabblad kunt u een ander apparaatstuurprogramma bekijken of selecteren. Klik op Options als u de standaardopties van het apparaat wilt instellen.

    • Jobsop dit tabblad kunt u de lijst met afdruktaken weergeven. Klik op Cancel job om de geselecteerde taak te annuleren. Schakel het selectievakje Show completed jobs in voor een lijst met eerder opgegeven afdruktaken.

    • Classesop dit tabblad ziet u tot welke klasse uw apparaat behoort. Klik op Add to Class om uw apparaat toe te voegen aan een bepaalde klasse of klik op Remove from Class als u het apparaat wilt verwijderen uit een geselecteerde klasse.

  4. Klik op OK om de wijzigingen toe te passen en sluit het venster Printer Properties.